Alles is afleiding

Terwijl de seconden tergend langzaam wegtiktikkerdetikken alsof het de euro’s in de eerste dagen van de storting van het salaris zijn, kijk ik uit het raam. Tegen beter weten in, want veel werk moet nog worden verzet. Even rust. Wie rust, is later effectiever. Op de grote weg rijden auto’s af en aan, aan en af en weer terug. Een omaatje steekt over, maar wordt door een appende fietser haast geschept. Ze steekt haar gebalde vuist in de lucht en roept iets, maar het geluid verwaait ergens in de meters tussen de gerimpelde en mij. Eigenlijk moet ik aan het werk, stapels papieren en gigabytes aan bestanden roepen om mijn aandacht. Het omaatje heeft de overkant bereikt en strijkt haar herfstjas glad. Herfstjas inderdaad, want deze vrouw heeft voor elk seizoen een aparte jas. Zo is ze wel, het omaatje. Nooit zal ze een herfstjas in de winter dragen, hoe zacht de vorst ook zal zijn, en omgekeerd zal ze een lentejas nooit dragen in een frisse voorzomer. Ik open een mail, zucht en sluit hem weer. Een donkergekleurd wolkendek kleurt het kantoor waarin ik zou moeten werken grijzig. Een deur zwaait open, of ik koffie of thee wil. Koffie, zeg ik. Twee zoetjes, tegen de klok in geroerd. Een collega lacht hartelijk en zegt dat ik moet gaan nadenken over een avondvullend programma, maar ik meen het. Alles is afleiding, ik moet aan het werk. Ik begin aan het schrijven van een brief, maar nog voor ik bij de aanhef ben aanbeland, krijg ik een kop verse koffie voorgeschoteld met een hypnotiserend sterke draaikolk in het midden. De binnenwaartse wentelingen die mijn koffie maakt, slurpen ook het laatste kleine beetje van mijn aandacht op en ik besluit de strijd te staken. Mijn laptop klapt dicht met een doffe klap. ‘Bijna weekend,’ zeg ik tegen de collega. ‘Heb jij nog plannen?’

Meer lezen? www.toonroumen.nl

Comments are closed.