Dat is nog een dingetje

Halloween was bij ons dit jaar voor de vrouwen angstaanjagender dan voor de mannen. Een van mijn collega’s kwam namelijk terug van haar zwangerschapsverlof en vertelde in de lunchruimte over alle gruwelen die ze had moeten doorstaan om haar kind ter wereld te krijgen. Daarbij schuwde ze de details niet die elke toekomstige moeder haar boterhammen neer deed leggen. De vrouwen aan onze tafel hoorden aan wat ze niet aan wilden horen.
‘Echt … helemaal?’ vroeg een ramptoeriste van wie ik wist dat zij en haar vriend ook ‘bezig waren.’ In haar mondhoek zat nog een beetje paté.       
‘Jep,’ zei de bevallen collega. ‘Helemaal.’ Ze leek een beetje trots op wat ze had doorstaan, maar dat begreep ik wel. Oorlogsveteranen dragen hun onderscheidingen ook met trots. 
Ze sprak tijdens de pauze – die langer duurde dan de baas goed zou hebben gevonden – ook over de kolfproblematieken die ze had sinds ze weer aan het werk was. Ons gebouw, ontworpen door een architect met een glasfetisj, had vrijwel nergens een ruimte die én afgesloten kon worden én geen doorkijk bood.                    
‘Dat is nog een dingetje,’ gaf ze toe, waarna de vrouw met paté in haar mondhoeken haar boterham in de vuilnisbak deponeerde.

Later die dag zocht ik hopeloos naar nieuwe nietjes, die in ons kantoor altijd om de een of andere raadselachtige reden kwijt zijn. Vaker dan eens vermoedden wij het bestaan van een nare nietjesgeest of roestvrijstalen nietjesvreter. We wisten het niet.
Daarom sjokte ik naar het berghok van de conciërges, waar doorgaans voldoende inventaris ligt om drie kantoorhandels mee te starten. Ik merkte dat de deur wat stroef openging, dus ik zette kracht en de deur zwiepte open. Wat ik had kunnen weten, wist ik niet.        
‘O,’ zei ik. ‘Hallo.’   
‘Ja, dat bedoel ik dus,’ zei ze licht geïrriteerd. Ik verbaasde me over de grootte van het apparaat dat nodig was om de melk van de vrouw te scheiden. Bij koeien gaat dat gewoon met de hand, schoot het door me heen. Ik moest mezelf dwingen niet te veel te kijken, wat slechts met mate lukte.
‘Je hebt zeker nietjes nodig?’ vroeg ze, graaide zonder op te staan in een kast en gooide me, zonder mijn antwoord af te wachten, een doosje toe. ‘Nu ga ik graag verder,’ zei ze, en wees naar waar ze mee bezig was.        
‘Natuurlijk, natuurlijk,’ stamelde ik, en sloot de deur achter me.     
‘Mijn nietjes zijn alweer op,’ verzuchtte de patémevrouw toen ik op kantoor zat uit te hijgen van de exercitie, en nog nooit wierp ik zó snel, met zó’n perfecte boog, een doos nietjes haar kant op. ‘Alsjeblieft,’ zei ik verrukt.

Meer lezen? www.toonroumen.nl

Comments are closed.