De lift en het ongemak

Het eerste dat ik me afvraag is of het coronavirus me niet lam zal leggen als ik het knopje naar de derde verdieping in zal drukken. Omdat er verder niemand is, denk ik kort na. Dan schiet de oplossing me te binnen, mijn ontsnapping aan de gruweldood: ik stop mijn vinger aan de binnenkant van mijn shirt en druk daarmee op het knopje. Ik wacht tot de liftdeuren sluiten, en ben tevreden met mezelf.

Dan: klikklakkende hakken op een tegelvloer. Mijn adem stokt. Het zal toch niet – dat kán toch niet? Zoals zo vaak in het leven, wordt ook nu het ondenkbare werkelijkheid: een vrouw van middelbare leeftijd stapt vlak voor de deuren sluiten de lift binnen. Ze heeft een gezicht dat ik ken, maar dat door de sociale isolatie van de afgelopen maanden is verdwenen naar een achterkamer van mijn herkenningsvermogen.     
‘Hallo,’ zeg ik, terwijl ik mezelf naar de uiterste hoek van de lift dirigeer.
Ze knikt. Herkent ze mij?  
De liftdeuren gaan dicht en de sociale ongemakkelijkheid die ik elke seconde van elke dag met me mee tors, gaat over in een monsterlijke angst, aangewakkerd door de maanden die ik met niemand dan mijzelf doorbracht. Hoe moet dat ook alweer, converseren? Hoe doen mensen dat? De lift suist omhoog en uit onversneden paniek breng ik maar uit: ‘Het is me wat hè.’           
Wat, vraag ik mezelf meteen af, wat is me in godsnaam wat? Corona, de hitte, deze ingenieuze liftconstructie?  Het uiterlijk van de bakker op de hoek? De huidige staat van het Peruaanse meerpartijenstelsel?            Wát dan?      
‘Nou,’ zegt ze, ‘inderdaad.’ Ik kan het me verbeelden, maar ze lijkt haar wenkbrauwen te fronsen en een stap van me vandaan te doen.          
Ik geef haar geen ongelijk.

Een geluidloosheid die minuten leek te duren maar in werkelijkheid niet langer dan vier, vijf seconden in beslag kon nemen, wordt doorbroken door een zachte pling en de liftdeuren die openschuiven. Omdat ik iets dichter bij deur sta, stap ik als eerste uit de lift.      
‘Nou,’ krijg ik ten slotte ook nog voor elkaar, ‘ik ga maar weer eens aan het werk. Joe!’ Een allesoverweldigende schaamte maakt zich van me meester als ik me, zonder te wachten op antwoord of om te kijken, uit de voeten maak. Waarom kan ik niet, zoals vroeger, mijn mond houden?  
Ik geef het virus maar de schuld.

Meer lezen? www.toonroumen.nl

Comments are closed.