Wie uitbundig viert weer een jaar minder lang in de wachtkamer van de dood te hoeven vertoeven, trakteert. De traditie die op de basisschool met alle uitbundigheid is ingezet, met papieren kronen, slingers, confetti en wat al niet meer, wordt in kantoorpanden doorgezet, zij het stukken minder vreugdevol. Eens in de zoveel tijd staat er een zompige supermarktcake in de personeelsruimte, die gewoontegetrouw door vraatzuchtigen wordt verorberd nog voordat de vraag is opgeworpen waaraan al die feestelijkheid eigenlijk te danken is. Als de jarige dan binnentreedt en zegt dat je gerust, gerust, gerust een plakje heerlijke cake mag nemen, de slagroom staat in de koelkast, is het bordje waarop het baksel stond reeds schoongelikt en in de vaatwasser gezet.

Dat zou mij niet overkomen. Toen ik afgelopen jaar verjaarde, liet ik mijn vriendin Lisa een veertigtal koekjes bakken, die ik pas in de eerste gezamenlijke pauze tevoorschijn toverde. Daarbij vermeldde ik nadrukkelijk vermeldde dat ik weer een jaar bij mijn leeftijd op mocht tellen. ‘Tweeëntwintig,’ mompelde ik als antwoord op de vraag hoeveel jaren ik inmiddels had verzameld en omdat ik wist wat komen zou, voegde ik daaraan toe: ‘erg jong. Ik weet het, maar ik kan er ook weinig aan doen.’ De meeste vrouwen die me feliciteerden keken me met grote ogen aan. ‘Ben jij pas zo jong? 22?’ vroegen ze, en zonder een antwoord af te wachten: ‘Toon, toen ik 22 was, zat ik middenin mijn gloriejaren. Manmanmanmanmanman, dat was pas leven. Ik weet nog zo goed dat ik …’ en verder kwamen de moeders meestal niet, omdat ze werden onderbroken door anderen die liters spraakwater hadden ingenomen. Braaf luisterde ik naar alle verhalen, concludeerde dat de jaren ’70 en ’80 toch vele malen interessanter, spannender en gewoonweg beter waren dan de huidige tijd en nam een koekje. De schaal was bijna leeg.

Meer lezen? www.toonroumen.nl

Comments are closed.