Een experimentele opera van kakofonisch geweld
De vergaderruimte ruikt niet langer naar verschraalde koffie en beschimmeld tapijt, maar naar de geurstokjes van de Action op mijn eigen dressoir en de doordringende geur van gebakken ei die zich vanuit mijn keuken naar de woonkamer verspreidt. Kortom: sinds een paar weken is ook mijn, blijkbaar multifunctionele, woonkamer mijn vergaderruimte geworden.
Voornamelijk brengt dat oervervelende nadelen met zich mee. Mijn twee katten, die overigens pertinent weigeren zich iets van de virusremmende maatregelen aan te trekken, trippelen ongegeneerd voor de camera langs en tonen hun poezelige kattenkontjes aan al mijn collega’s als ze mij een kopje geven. In de keuken spat een stuk servies, een mok of een bord, in honderdduizend stukken uiteen. De buren maken zo luidruchtig ruzie dat mijn collega’s denken dat ik ze, buiksprekend, uitscheld. Ik ben overigens niet de enige die worstelt met de onafgebroken stroom van vergaderverstoorders. Sterker nog: ik zou de enige zijn bij wie het allemaal probleemloos vanzelf zou gaan. Vroeg of laat mond elke digitale beraadslaging namelijk uit in een experimentele opera van kakofonisch geweld. Agendapunten worden voor aanvang al doorgeschoven naar de volgende vergadering, en aan de rondvraag komen we al helemaal niet meer toe. Wat verder ter tafel komt: een berg excuses voor alle weggegooide minuten.
Maar goed. Voor zo lang het thuiswerktijdperk nog voortduurt, zullen we moeten leren leven met de beperkingen van onze eigen woonkamers. Bovenal moeten we er de voordelen van inzien. Vanwege alle vergadercommotie valt er bij vergaderingen via de digitale snelweg namelijk meer te lachen dan bij samenkomsten in naar de Middeleeuwen ruikende achterafhokjes – en dat is in deze tijden ook wat waard.
Meer lezen? www.toonroumen.nl

Comments are closed.