Het is eenvoudiger de kwantumfysica uit te leggen aan volkomen zwakzinnigen dan als welopgevoed en gemiddeld intelligent aardbewoner iets te begrijpen van de bedrijfshiërarchieën die veel ondernemingen hanteren. Wie werkt, valt ontegenzeglijk ten prooi aan ontelbare managers, teamleiders, chefs en andere redelijk niets omhullende titels. Deze bazen, of baas-boven-bazen, of baas-boven-baas-boven-bazen (en zo kan ik nog even doorgaan, maar ik heb helaas slechts 300 woorden) hebben desalniettemin de grote verantwoordelijkheid eens per jaar functioneringsgesprekken te voeren met hun werknemers. Het zijn gesprekken die starten vanuit allerlei op papier interessante theorieën maar in de praktijk vaak neerkomen op het langdurig droogkloterig reflecteren op het reilen en zeilen van de werknemer. Wie geluk heeft, mag ook nog een eigen kanon laden met uiterlijke schijnwaardering maar innerlijke wensen van dood en verderf voor het presteren van zijn of haar manager, teamleider of chef. Althans, zo dacht ik tot voor kort.

Afgelopen jaar voerde ik, broekie in het Grote Leven, namelijk mijn eerste functioneringsgesprek. Nogal trillerig door het vraagstuk of mijn keiharde werken volkomen onterecht in twijfel getrokken zou worden, schoof ik aan tafel bij mijn teamleidster. Nadat de aanvang van ons gesprek nog driemaal werd uitgesteld (één keer voor koffie, één keer voor een dringende vraag van de secretaresse en nog één keer voor koffie, die was vergeten onder het apparaat), opende de vrouw het gesprek door te vragen naar mijn weekend.
‘Goedgoed,’ antwoordde ik, ‘lekker weer ook.’ Na een korte pauze viel me in dat ik wellicht ook naar haar ervaring moest vragen.’
‘Heerlijk,’ zei zij, ‘ik ben met de boot gaan varen. Je zou het eens moeten zien, op de Limburgse plassen.’
Vijfentwintig als F16’s voorbijgevlogen minuten later kon ik mezelf gerust een theoretisch zeilexpert noemen en wist ik alles van de meest voorkomende vissen in de Zuid-Nederlandse wateren.
‘Maar we moeten het ook nog even over jou hebben natuurlijk,’ ging mijn leidinggevende verder. ‘Hoe heb je de afgelopen tijd binnen onze organisatie ervaren?’
Over het antwoord hoefde ik niet lang na te denken. ‘Goedgoed,’ zei ik weer, en meer dan ooit meende ik dat.
Nog eens vijftien minuten later schoof ik tevreden mijn stoel weer aan. Met dat wederzijds functioneren, besloot ik, zat het bij nader beschouwing toch zeer goed.

Meer lezen? www.toonroumen.nl

Comments are closed.