Het vervaagde schimmenrijk van het ware kantoorleven

De zomervogels kwetteren ons buiten zo enthousiast weer welkom dat we de conclusie kunnen trekken dat ze ons hebben gemist. Wat mij betreft is dat zeker wederzijds: op de vensterbank van mijn thuiswerkkamer begonnen paddenstoelen in acht verschillende kleuren en vormen te groeien, voor elke videovergadering moest ik drie koppen koffie moed indrinken en het concept van frisse lucht kende ik alleen nog van televisieseries en films.

Nederland klapt langzaam weer open. Als holbewoners kruipen we uit onze huizen en we knijpen met onze ogen tegen het overweldigende zonlicht. Steeds meer vrije tijd mag buiten worden doorgebracht, maar het ziet ernaar uit dat het kantoorwerk zich voorlopig nog in het eigen huis voortzet. Waar ik me aanvankelijk nog fel verzette tegen al die thuisarbeid, merk ik nu dat veel fantoompijnen zijn verdwenen. Ik verlang niet langer uitzinnig naar het vervaagde schimmenrijk van het ware kantoorleven, waar de geur van verschraalde koffie en noest arbeidszweet door de gangen walmt en waar mensen zijn, mensen van vlees en bloed die niet enkel, opgebouwd uit tienduizend pixels, op mijn beeldscherm verschijnen. Ach, dat kantoor, dat kantoor, waarover het altijd mekkeren was, maar door de ogen van nu … Nu pas zien wij in dat de wezenlijkste schoonheid verborgen zit achter oogverblindend gruwelijk grijze blokarchitectuur.     
U ziet: ik heb me neergelegd bij het feit dat ik voorlopig mijn eigen bureaustoel slijt.

Uit alle macht, en niet slechts tevergeefs, probeer ik maar gewoon ‘het positieve in te zien’ van de situatie. Zo is mijn mailbox nog nooit zo neurotisch perfect georganiseerd geweest als nu, en het vooruitzicht dat ik voldoende tijd heb om het spreken in de laptopcamera tot in de digitale puntjes te perfectioneren, staat me ook niet bepaald tegen.     
Het wordt nog een hele klus om straks terug te keren naar het echte leven – houd ik mezelf maar voor.

Meer lezen? www.toonroumen.nl

Comments are closed.