Verlosser op kantoor

De laatste week voordat de kerstrust over ons zou vallen als een warme deken in een winternacht, heerste alom spanning. Ik zag collega’s met blosjes op de wangen, elk gesprek tijdens koffiepauzes mondde uit op steeds hetzelfde. Dat was niet het feit dat de vakantie op de voordeur bonkte, nee – het kerstpakket, daar ging het om. Liever dan wat dan ook wilde men weten wat onze Werkgever deze Kerst voor ons in petto had. Tijdens eerdere jaren waren we uitermate verrast door onder andere een appelboom (‘want wij zijn gezond’) en een gezamenlijke trip naar een pretpark (‘want wij mogen ook wel eens lol hebben’). Wat zou er nu, na dit jaar van bloed, zweet en tranen, voor ons zijn bedacht? Sommigen durfden te fantaseren over een minicruise richting Engeland, anderen dagdroomden een poepig pakketje van kersthagelslag, cranberrypaté en een voucher met 30% korting op een tijdschrift naar keuze.

Onze spanning bouwde op tot de laatste, de állerlaatste werkdag van het kalenderjaar. Toen zwiepte de deur van ons kantoor open. In de deuropening verscheen de Werkgever, met in zijn handen een plastic tas van de Albert Heijn. O God, zeiden de blikken die we onderling wisselden, God, laat het mooi zijn.     
‘Zo,’ zei de man. Hij plofte de tas op de grond en deed alsof er voor kilo’s en kilo’s in het plastic zaten verborgen. ‘Namens het bedrijf, én namens mijzelve,’ ging hij verder terwijl hij zijn rug strekte, ‘wens ik jullie allemaal ontzettend prettige feestdagen en een méér dan voorspoedig 2020.’    
De tijd vertraagde. We zagen hoe zijn handen in de zak verdwenen en langzaam kwamen we op een punt het ons niet uitmaakte wat hij eruit tevoorschijn toverde, zolang maar íéts was. Al was het voor ieder drie zakken kamerplantenvoeding of zes ananassnijders, zijn handen moesten uit die zak.       
De man, de Verlosser, zuchtte eens. Verder was de stilte overrompelend. ‘Trouwens,’ ging hij voort, ‘ook dit jaar gaan we natuurlijk niet aan jullie voorbij zonder een extraatje. Jullie krijgen van mij allemaal een doosje en daarmee kun je…’         
Hij vertelde verder, maar wij luisterden niet meer, want in zijn handen had hij een mooi glinsterend doosje. De schittering van de zon maakte het een tranentrekkend schouwspel. Nog nooit voelde ik mij zo verwant met eksters. Geluid vervaagde. Nog geen tien seconden later stond hij voor me en overhandigde me het doosje. Aan de beweging van zijn mond zag ik dat hij sprak. Ik knikte dankbaar en nam het doosje in ontvangst.  
‘Jou open ik thuis,’ zei ik vol gelukzaligheid tegen het doosje in mijn hand terwijl de wereld om me heen langzaam maar zeker ontwaakte. Hoe langer ik de spanning vasthield, hoe beter het was.

Meer lezen? www.toonroumen.nl

Comments are closed.